Het heupgewricht is een biomechanisch eenvoudiger gewricht dan het kniegewricht. Het betreft een bol in kom gewricht met de bol zijnde het bovenste uiteinde van het bovenbeen (femur) en de kom (acetabulum) deel uitmakend van het bekken.
Zoals bij elk gewricht wordt het uiteinde van het bot bekleed met kraakbeen (cartilago)
Het heupgewricht ligt diep in het lichaam en wordt afgelijnd door een fibrocartilagineuze boord (labrum) en een zeer stevig kapsel. Rond het heupgewricht liggen ook zeer grote stevige spiergroepen ter stabilisatie van het bekken en de heup.
Een deel van de heup problemen kunnen worden teruggebracht naar onderliggende bouw varianten welke kunnen leiden tot versnelde artrose.
Femorale acetabulaire impingement
Aan de femorale zijde weerhouden we hoofdzakelijk het CAM letsel en aan de acetabulaire zijde het PINCER letsel of een combinatie van beide welke kunnen leiden tot femoro acetabulaire impingement, met labrum pathologie en versnelde arthrose tot gevolg
Mits voldoende tijdig ontdekt kan artroscopische resectie van deze letsels het versneld optreden van artrose voorkomen of toch vertragen.
Heup dysplasie
bij de vorming van de heup kan er een onvoldoende overdekking van de heupkop door de heuppan (acetabulum) ontstaan. Dergelijk letsel kan enkel op jonge leeftijd worden behandeld met een osteotomie of een overdekkingsplastie. Dit zijn chirurgische behandelingen beperkt tot gespecialiseerde centra.
Heupartrose
Bij ernstige slijtage van het kraakbeen van de heup bestaat de enige oplossing uit een totale heupartroplastie.
Met de meeste gekende toegangswegen tot de heup zijn de posterieure en anterieure toegangsweg.
De posterieure toegangsweg is de meest versatile toegangsweg pijn door het gebruik van de super path techniek is dit ook een spiersparende chirurgie.
Beenderig wordt de versleten heupkop verwijderd en vervangen door een titanium cup in de heup pan (niet gecementeerde acetabulaire component) en een niet gecementeerde titanium heupsteel welke in het mergkanaal wordt ingebracht. In de metalen cup van het acetabulum wordt een glijlaag (liner) in polyethyleen of ceramiek ingebracht.
Op de femorale component wordt dan een bijpassend kopje in metaal of ceramiek geplaatst.
Patiënten voor een heupartroplastie worden opgenomen in het ERAS (ENHANCED RECOVERY AFTER SURGERY) traject. Door intense samenwerking en afstemming van de activiteiten van zowel logistiek, verpleging, kinesitherapie, ergotherapie, anesthesie en chirurgie wordt een geoptimaliseerd herstel beoogd wat ons ook toelaat om in geselecteerde patiënten dergelijke chirurgie via daghospitaal aan te bieden.
Breuken (fracturen) rond het heupgewricht
Frequent voorkomende fracturen rond de heup zijn de subcapitale (net onder de heupkop) heupfracturen en basocervicale/pertrochantere fracturen (aan de basis van de heuphals).
Bij subcapitale fracturen wordt de doorbloeding van de heupkop beschadigd.
Bij een jonge patiënt wordt op dat moment beslist om ofwel een schroefosteosynthese uit te voeren (als de breuk niet verplaatst is) of ook een totale heupartroplastie uit te voeren.
Bij oudere patiënten wordt vaak geopteerd voor het plaatsen van een hemi artroplastie waarbij enkel een femorale component (met een grote bol hierop) in het mergkanaal wordt ingebracht en de heuppan (acetabulum) niet vervangen wordt.
Bij basocervicale/pertrochantere breuken wordt een heupnagel geplaatst.